dinsdag 20 november 2018
Bij Stichting de Rozelaar, een zorginstelling voor mensen met een verstandelijke beperking in de regio Barneveld, heb ik een gesprek met Gaby Methorst. Gaby werkt sinds 1988 in de zorg en maakte 14 jaar geleden de overstap van de ouderen- naar de gehandicaptenzorg. Sinds begin dit jaar werkt ze als thuisbegeleider bij de Rozelaar.
Thuisbegeleiding, kun je daar wat meer over vertellen?
‘Ik ondersteun cliënten met een licht of matige verstandelijke beperking die zelfstandig of bij hun ouders wonen. Daarbij gaat het om het verbeteren en behouden van de zelfredzaamheid van de cliënt, zodat ze meer leren maar ook hun vaardigheden behouden. Zo begeleid ik de cliënt op financieel en huishoudelijke gebied, maar help ik de cliënt ook op weg in de maatschappij door het aangaan en onderhouden van contacten. Bijvoorbeeld wanneer ze graag ergens naartoe willen, maar niet weten hoe ze dat moeten doen. Wanneer ze nog geen dagbestedingsactiviteit hebben, dan help ik ze om de juiste keuzes daarin te maken. Naast mijn twee vaste werkdagen, werk ik ook vaak flexibel, bijvoorbeeld om bij een doktersbezoek of Persoonlijk Plan-bespreking te kunnen zijn. Dit werk vraagt heel andere kwaliteiten dan werken op een woongroep, waar de nadruk wat meer ligt op persoonlijke verzorging.‘
Wat is jouw visie op zorg?
‘Door middel van goede begeleiding cliënten uniek laten zijn in hun eigen ontwikkeling. Het is mooi dat je ze daarbij kunt ondersteunen. Ik vind het ook belangrijk dat je met meerdere personen rondom de cliënt samenwerkt en samen een Persoonlijk Plan kunt neerzetten waar de cliënt wel bij vaart. Het is fijn dat Stichting de Rozelaar het hele pakket aanbiedt; wonen, dagbesteding, maar ook wonen vanuit huis. De cliënt staat daardoor echt centraal om zijn leven vorm te geven.’
Wat maakt voor jou het vak als thuisbegeleider zo bijzonder?
‘Ik vind het fijn om met deze mensen bezig te zijn en haal veel voldoening uit mijn werk, waardoor ik het vak nog steeds heel mooi vind. Het is mooi als het lukt om uiteindelijk bij de cliënt een lach op het gezicht te zien. Mijn persoonlijkheid helpt mij denk ik wel, ik heb veel humor en ben positief ingesteld.’
Hoe helpt dit jou dan?
‘Met mijn humor ben ik heel toegankelijk voor cliënten. Ze voelen zich sneller op hun gemak, de zware lading gaat eraf, waardoor je makkelijker cliënten kan motiveren om dingen te doen. Ik krijg het ook vaak terug van cliënten: ‘Jij bent niet zo serieus’ of ‘Ik weet dat ik bij jou terecht kan voor je tijd en spontaniteit’. Door deze toegankelijkheid kan ik het maximale voor de cliënt eruit halen. Ik benader de cliënt ook op zijn eigen niveau, waardoor ik sneller de insteek heb om iets gedaan te krijgen. Bijvoorbeeld op mijn knieën zitten (ik ben erg lang) om op gelijke hoogte te praten helpt. Er ontstaat daardoor een laagdrempeligheid waardoor ze makkelijker kunnen uitdragen wat ze willen.‘
Wat zijn voor jou de mooiste zorgmomenten?
‘Tijdens mijn vorige werk heb ik anderhalf jaar heel intensief gewerkt met een autistische groep cliënten in een woonvorm. We zijn in die periode een midweek met elkaar op vakantie gegaan. Door het vertrouwen en de gezelligheid die er ontstond, gebeurden er bijzondere dingen. De cliënten voelden zich zo vrij en op hun gemak dat de autistische beperkingen even verdwenen. Zo voelde een cliënt zich zo vrij dat hij volledig zelfstandig ging zwemmen en een cliënt die daarvoor moeilijk liep, wandelde nu zonder begeleiding over een ongelijke vloer. We hebben deze momenten gefilmd en gedeeld met hun ouders. Dat leverde zulke mooie en ook emotionele reacties op. Heel waardevol. ’
‘Ook zijn er regelmatig mooie momenten door de wezenlijke gesprekken die ik met cliënten voer over levensvragen die voor hun zwaar wegen. Laatst had ik zo’n moment. Vlak voordat ik naar huis wilde gaan kwam een cliënt naar me toe die vroeg of ze nog even met me mocht praten. Ze wilde iets bespreekbaar maken met een ander, maar wist niet goed hoe en was bang deze persoon te kwetsen. Ik heb haar uitgelegd dat wanneer ze een korte openingszin zou gebruiken, ze de ander uitnodigt hier een vraag over te stellen. Bijvoorbeeld door te beginnen met ‘Ik ben teleurgesteld’, geef je de andere persoon de mogelijkheid om te reageren met een waaromvraag. Dit hebben we vervolgens geoefend in een rollenspel. De volgende dag kreeg ik een appje waarin ze me bedankte en aangaf dat ze de oefening precies zo in de praktijk had gebracht en het probleem daardoor was opgelost. Zo mooi! Dan maakt het niks uit dat je die avond pas om kwart over tien thuis bent.’
Kun je een voorbeeld noemen van een 'zorgproject' waar je trots op bent?
‘Ik ben op dit moment bezig met het vormgeven van het project Klaver4. Een project waarin we onze zelfstandig wonende jongeren één keer in de veertien dagen een gezellige avond bezorgen. Hiermee willen we de sociale verbinding en zelfredzaamheid van cliënten vergroten. Door samen boodschappen te doen, samen te koken of informatie te geven over een bepaald thema zoals ‘veiligheid’. Je doorbreekt enerzijds een stukje eenzaamheid door een fijne avond met ontmoetingen en helpt ze anderzijds zich verder te ontwikkelen in verschillende vaardigheden en met informatie over levensonderwerpen. Het project is inmiddels zo’n succes dat alle avonden al vol zitten.’
Wat zijn voor jou de uitdagingen? En hoe ga je daarmee om?
‘Het blijft zoeken in wat de beste aanpak is. lk ben zelf best vrolijk en enthousiast. Dan is het soms lastig aansluiten bij een cliënt die dat even niet is of sociale contacten lastig vindt. Dan red ik het niet alleen met mijn humor en positiviteit, maar moet ik andere manieren vinden om deze cliënt goed te begeleiden.
Alhoewel ik het best moeilijk vind om te doen, werkt het vaak goed om een stilte in te brengen of te spiegelen. Je creëert op die manier een vraag bij de cliënt waardoor je weer een ingang hebt om een positieve draai aan het gesprek te geven. Als je het de cliënt zelf laat vragen of ervaren, maak je ze bewust van hun eigen gedrag en kun je ze vervolgens makkelijker helpen. Als voorbeeld: wanneer een cliënt op zijn mobiele telefoon zit en ik vervolgens hetzelfde ga doen, krijg ik de vraag ‘Wat ben je stil?’ Wanneer ik in het begin zelf het gesprek had geopend met een vraag, dan had dit waarschijnlijk niks opgeleverd.’
Ik werk veel alleen, maar het helpt mij ook om af en toe met collega’s te sparren. Of een gedragsdeskundige te raadplegen en samen een plan op te stellen. Het ECD helpt mij ook. Door de achtergrond van de cliënt met de levensgeschiedenis en de doelen te bekijken, kan ik makkelijker een volgende stap of insteek bepalen.’
Hoe ziet de zorg van de toekomst eruit denk je?
‘Er is heel veel positiviteit nodig om het zorgvak te blijven volhouden en we hebben elkaar hard nodig om goede zorg te blijven leveren aan deze kwetsbare groep. De menselijke kant mag niet ondersneeuwen. Ik maak me daar wel zorgen om. Er mag wel wat meer waardering en meer mankracht in de zorg komen. Zeker in de ouderenzorg, daar zie je dat zorgprofessionals soms maar vijf minuten per cliënt hebben. Dat is echt te weinig om goede zorg te kunnen leveren. Het zou goed zijn als er meer positieve voorlichting komt voor het vak en de opleiding. Dat er steeds meer regels en administratie bijkomen, helpt ook niet. Ik kom daardoor niet toe aan goede zorg voor mijn cliënten. Dat moet wel gaan veranderen.’
Hoe ondersteunt het ECD jou in je dagelijkse werk?
‘Als thuisbegeleider werk ik veel alleen, dus heb ik het ECD echt nodig. Na een mondelinge overdracht, bekijk ik het profiel van de cliënt en de levensgeschiedenis in het ECD. Daarna bekijk ik de gemaakte werk- en hoofdoelen die de coördinerend begeleider gemaakt heeft voor het Persoonlijk Plan. Het ECD geeft mij inzicht in wat de behoeftes zijn van de cliënt, waardoor ik hem of haar beter kan begeleiden. Doordat ik samen met collega’s, maar ook een gedragsdeskundige rapporteer, krijg ik een goed beeld van de cliënt.
In vergelijking met de systemen waar ik eerder mee gewerkt heb, vind ik het ECD, Pluriform Zorg een heel fijn systeem. Het is heel duidelijk en prettig werken. In één klik krijg ik heel veel informatie op het scherm te zien waardoor ik snel inzichtelijk heb wat de cliënt nodig heeft.
Gaby en haar collega’s van de Rozelaar verdienen de aandacht en erkenning voor hun dagelijkse passie en inzet voor het vak. Tenslotte: ‘Goede zorg begint met aandacht voor de zorgprofessional’.